Terug naar map Pensioenfondsen
Open brief pensioenfondsen aan Minister Hoogervorst
Kenmerk: B/06/00966/VWS/AP
Datum: 9 juni 2006
Onderwerp: Uitvoeringsproblematiek zorgverzekeringswet
Open brief aan Minister Hoogervorst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Geachte heer Hoogervorst,
Een van de speerpunten van het kabinetsbeleid is administratieve lastenverlichting. De pensioenfondsen hebben daar sinds het aantreden van het Kabinet Balkenende echter weinig van gemerkt. Integendeel, pensioenfondsen worden keer op keer geconfronteerd met lastenverzwaringen. De gezamenlijke pensioenkoepels, de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB), de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF) en de Unie van Beroepspensioenfondsen (UvB), hebben daar met regelmaat aandacht voor gevraagd.
In deze brief vragen wij aandacht voor de opstelling van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in het kader van de Zorgverzekeringswet. Het Ministerie is niet bereid serieus met de sector van gedachten te wisselen over de uitvoeringsproblematiek.
Wat is het geval? In de Zorgverzekeringswet (ZVW) is aan pensioenfondsen de verplichting opgelegd om bijdragen in te houden op de pensioenen die worden uitbetaald aan in het buitenland woonachtige gepensioneerden. In lijn met de motie Van Thijn zou het ministerie vóór de behandeling van een wetsvoorstel met de pensioensector hebben moeten overleggen over de uitvoeringsaspecten van de wet. Deze door de Eerste Kamer aangenomen motie is echter genegeerd. Zou dat overleg hebben plaatsgevonden, dan hadden de pensioenfondsen erop aan kunnen dringen dat de heffing zou gaan lopen via het loket van de Belastingdienst. Net zoals andere uitkerende instanties en werkgevers, hebben pensioenfondsen zich tot het uiterste moeten inspannen om hun excassoprocessen vanaf 1 januari 2006 gereed te maken voor de nieuwe innings- en afdrachtsystematiek.
Zeker achteraf kan worden geconstateerd dat de wet- en regelgeving ten aanzien van de gepensioneerden ernstig is tekort geschoten. Een rechterlijke uitspraak van eind maart en de motie Schippers waren het gevolg. Ondertussen werden de pensioenfondsen geconfronteerd met de verplichting om ZVW-bijdragen te gaan inhouden.
Begin november 2005 werden de pensioenfondsen door het College van Zorgverzekeringen (CVZ), die de uitvoering van de heffing over de buitenlandse pensioenen coördineert, voor het eerst geïnformeerd. Bij VWS leefde toen nog de gedachte dat pensioenfondsen wel binnen twee maanden in staat zouden zijn om een aanvang te maken met de inhouding.
Het duurde vervolgens tot april 2006 alvorens CVZ een definitieve handleiding voor de inhouding kon opleveren. De daarin beschreven heffingssystematiek was echter vanwege bedoelde rechterlijke uitspraak en motie Schippers alweer achterhaald.
Door die rechterlijke uitspraak en motie Schippers zijn per 1 juni 2006 de zorgbijdragen voor de buitenlandse gepensioneerde in overeenstemming gebracht met zorgkosten in het woonland. De gepensioneerden zijn over het algemeen een veel lager bedrag verschuldigd. Als gevolg van gewijzigde regelgeving wordt rekening gehouden met een landenfactor, waardoor per verdragsland gedifferentieerde ZVW-bijdragen zijn verschuldigd. En die gedifferentieerde ZVW-bijdragen zijn over het algemeen veel lager dan de aanvankelijk verschuldigde, ongedifferentieerde bedragen. VWS is de mening toegedaan dat pensioenfondsen in 2006 toch de niet-gedifferentieerde bijdragen moeten inhouden. Dit houdt derhalve hogere bedragen in dan volgend uit de gewijzigde regelgeving. Omdat CVZ over de maanden januari tot en met april geen ZVW-bijdragen heeft geïncasseerd, zouden de pensioenfondsen via hoger verschuldigde bijdragen gerechtigd zijn tot een verrekening vanaf mei 2006. Meerdere malen hebben de pensioenkoepels zowel VWS als CVZ verzocht om de rechtvaardiging voor die te hoge bijdrage te duiden. VWS en CVZ bleken daartoe niet bereid of in staat. De pensioenkoepels OPF, UvB en VB hebben daarom grote twijfels over de juridische houdbaarheid van de te hoge inhouding en de verrekening.
Een in Marokko wonende gepensioneerde is voortaan 1,25% verschuldigd van de ZVW-bijdrage die een in Nederland woonachtige gepensioneerde is verschuldigd. Deze bijdrage aan het Nederlandse zorgstelsel staat in geen verhouding tot de hoge uitvoeringskosten. De proportionaliteit is ver te zoeken.
Wat de pensioensector nog het meeste zorgen baart, is of de betreffende gepensioneerden het nog wel begrijpen. CVZ heeft een poging gedaan om het nieuwe zorgstelsel, de wijzigingen en de verschuldigdheid van ZVW-bijdragen uit te leggen, zelfs met vertaalde brieven. Echter, deze brieven gaan uit van een aanzienlijke voorkennis. Nederlandse pensioenfondsen zijn bijna wel verplicht tot extra communicatie-inspanningen, met alle extra kosten van dien.
De pensioenkoepels hebben voorgesteld om de incasso van de over 2006 verschuldigde ZVW-bijdragen volledig door CVZ te laten uitvoeren. Dat zou voor de gepensioneerden te begrijpen zijn geweest; pensioenfondsen houden dan niets in op het pensioen en de gepensioneerde krijgt van CVZ een rekening. En vanaf 1 januari 2007 zou de inhouding volgens het nieuwe wettelijke stelsel kunnen verlopen. Dit voorstel is helaas onbesproken door VWS ter zijde geschoven. In het huidige stelsel mogen de pensioenfondsen zelfs het incasso-probleem van CVZ oplossen.
De wereld op zijn kop; geen lastenverlichting maar lastenverzwaring voor pensioenfondsen en gepensioneerden begrijpen niets van de inhouding.
Daarom vragen de drie pensioenkoepels:
De communicatie over de ZVW-inhouding tot het kennisniveau van de ontvanger aan te passen.
De ZVW-bijdragen pas vanaf 2007 door pensioenfondsen te laten inhouden en aan de Belastingdienst af te dragen. Hiermee wordt aangesloten bij het gebruikelijke systeem van afdrachten (bijv. loonbelasting) en hoeft niet een nieuw systeem ontwikkeld te worden.
Met vriendelijke groet,
P.J.C. Borgdorff
Directeur VB
mr. R. Bastian
Directeur UvB
mr. F. Prins
Directeur OPF