Terug naar overzicht Processtukken

Nieuwe proefprocedures

Zoals de Raad van State in zijn uitspraken aangeeft, kan iedere pensioengerechtigde bezwaar aantekenen tegen het besluit tot inhouding van een Zvw-bijdrage op zijn AOW-pensioen, WAO-uitekering, of andersoortig aan wettelijk pensioen gelijkgestelde uitkeringen. Een dergelijke (inhoudings)besluit is wél een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat. Een aantal Verdragsgerechtigden heeft reeds bezwaarschriften ingediend tegen deze besluiten. De afhandeling van deze bezwaren is opgeschort in afwachting van de uitkomst van de proefprocedures voor de Raad van State.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) is nu zelf aan het uitzoeken in haar dossiers of er bezwaarschriften van Verdragsgerechtigden zijn die als basis kunnen dienen voor nieuwe bezwaar- en beroepsprocedures over keuzerecht en woonlandfactor. In overleg met ons zullen dan enkele proefprocedures worden geselecteerd. Het streven van de SVB is om nog in de eerste helft van mei nieuwe beslissingen op bezwaar te nemen, waartegen wij dan direct weer beroepen kunnen instellen bij de rechtbank te Amsterdam.

In beginsel kunnen daarbij dezelfde processtukken in het geding worden gebracht als eerder bij de Raad van State. Indien de overheidsinstanties en de rechtbank meewerken, zouden mogelijk nog voor het eind van 2007 uitspraken beschikbaar kunnen zijn in die nieuwe proefprocedures. 

Wanneer het onverhoopt nodig zou zijn, is het mogelijk om tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam hoger beroep in te stellen bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht; daarna zijn er geen (hoger) beroepsmogelijkheden meer.

 

Hof van Justitie van de EG
De vraag omtrent het Keuzerecht is een Europeesrechtelijk vraag (en die omtrent het Woonlandfactor ook, maar in mindere mate). Daarom dringt de vraag zich op of het Hof van Justitie van de EG gevestigd in Luxemburg niet zou moeten beslissen over deze zaken.
 
Voorop moet worden gesteld dat het voor particulieren helaas niet mogelijk is om nationale maatregelen, zoals de Zorgverzekeringswet, aan te vechten bij het Hof van Justitie. Alleen de Europese Commissie kan dat door een zogenaamde inbreukprocedure tegen Nederland te starten wanneer zij vindt dat de Zorgverzekeringswet in strijd is met Europees recht; zoals bekend vindt de Commissie dat niet en is zij dan ook niet van plan een dergelijke procedure bij het Hof van Justitie te starten.
 
Wél is het mogelijk dat de nationale rechter een zogenaamde prejudiciële vraag stelt aan het Hof van Justitie. Elke nationale rechter kan een prejudiciële vraag stellen wanneer hij twijfelt aan de uitleg van Europees recht; de rechter in laatste instantie - in ons geval de Centrale Raad van Beroep - moet zelfs een vraag stellen wanneer hij twijfelt. 
 
Om niet pas een prejudiciële verwijzing te 'krijgen' bij de Centrale Raad van Beroep en één en ander te bespoedigen zullen wij, zoals wij ook bij de mondelinge behandeling van de proefprocedures omtrent het Keuzerecht aan de Raad van State hebben gedaan, de rechtbank Amsterdam op voorhand een voorstel voor de formulering van die vragen aandragen.

Ik vertrouw erop jullie hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Wessel Geursen
Advocaat

De Brauw Blackstone Westbroek