logo

 

Nieuwsbrief
 
 
De visie van een fiscalist op de Nieuwsbrief NiNbi
 
Wij hadden contact met Mr W.C.B. van Wettum, partner van Baker & McKenzie te Amsterdam, en legdehem twee vragen voor.
    1) Heeft de belastingdienst het recht om aan Nederlanders gevestigd in het buitenland een opgaaf wereldinkomen te vragen ?
    2) Heeft een bezwaarschrift tegen de eis tot het verstrekken van deze gegevens kans van slagen ?
Hij reageerde daarop als volgt.
 
Wanneer men in het buitenland woont kan men desalniettemin toch recht hebben op een Nederlandse toeslag zoals de zorgtoeslag of kan men gehouden zijn tot het betalen van een bijdrage zoals bijvoorbeeld een bijdrage aan het College voor zorgverzekeringen. De hoogte van zo'n toeslag of bijdrage kan varieren, waarbij de hoogte van de bijdrage in de betreffende regelingen dikwijls afhankelijk is gesteld van draagkracht. Iemands draagkracht wordt bepaald aan de hand van zijn inkomen, in Nederland verdiend en in het buitenland, hetgeen in belastingjargon ook wel "wereldinkomen" heet.  
 
In geval van zo'n inkomensafhankelijke regeling zal de betreffende instantie, in dit geval de Belastingdienst / Toeslagen en het College voor zorgverzekeringen, willen weten wat iemands wereldinkomen is. Ten aanzien van iemand die in Nederland binnenlands belastingplichtig is, is dit voor de belastingdienst zonder veel omhaal vast te stellen omdat zo iemand voor de inkomenstenbelasting toch al opgave moet doen van zijn wereldinkomen. Voor iemand die niet in Nederland woont geldt dit in beginsel niet. Om toch het wereldinkomen vast te kunnen stellen van mensen die niet in Nederland wonen maar die wel recht hebben op een inkomensafhankelijke toeslag of die een inkomensafhankelijke bijdrage moeten betalen, wordt daarom ook aan die mensen gevraagd om opgaaf te doen van het wereldinkomen.
 
Dit verzoek heeft een wettelijke basis in de "Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen". Deze wet regelt de procedures omtrent inkomensafhankelijke regelingen en bepaalt onder meer dat bij de vaststelling van het wereldinkomen door de inspecteur de bepalingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van toepassing zijn, als betrof het de vaststelling van een aanslag inkomstenbelasting. Hieruit vloeit voort dat de inspecteur, ten behoeve van het vaststellen van het wereldinkomen, ook gerechtigd is te vragen naar de omvang hiervan. Bovendien, zo bepaalt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, verstrekt een belanghebbende desgevraagd alle gegevens die voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming van belang kunnen zijn.
 
Doet men geen of niet tijdig opgaaf van het wereldinkomen dan heeft dat tot gevolg dat de inspecteur zelf het wereldinkomen vaststelt. Op basis hiervan wordt dan de hoogte van de toeslag of de bijdrage bepaald. Dit houdt voor de belastingplichtige het risico in dat het door de inspecteur vastgestelde inkomen afwijkt van het daadwerkelijk verdiende wereldinkomen en dat men daardoor wellicht onnodig een toeslag misloopt of teveel bijdrage verschuldigd raakt.
 
De kans van slagen bij het indienen van een bezwaarschrift tegen het moeten doen van opgaaf van het wereldinkomen moet dan ook bijzonder klein geacht  worden, voornamelijk vanwege het feit dat de handelwijze van de fiscus in dezen een wettelijke basis heeft. Ik kan mij zo voorstellen dat het doen van opgave van wereldinkomen terwijl men niet in Nederland woont op het eerste gezicht wat vreemd voorkomt, maar als men gebruik wil maken van de mogelijkheid tot het ontvangen van een toeslag of wanneer men gehouden is een bijdrage te betalen waarvan de hoogte afhangt van het (wereld)inkomen dan zit er, vrees ik, niets anders op dan gewoon opgave te doen.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
 
Bericht van de Advocaat
 
 
From: Geursen, Wessel
To:
 
Subject: Proefprocedure Keuzerecht

Heren,

Deze week loopt de tweede zesweeks termijn af voor het doen van een uitspraak in de proefprocedures omtrent het keuzerecht. Bij navraag bij de Raad van State werd mij medegedeeld dat de Afdeling Bestuursrechtspraak - in weerwil van haar eerdere mededelingen daaromtrent - deze week nog geen uitspraak zal doen. Daarnaast werd mij medegedeeld dat het naar alle waarschijnlijkheid echter niet heel lang meer zou duren eer de uitspraak zou komen; een kwestie van weken. Helaas hebben wij geen invloed op de termijn waarbinnen uitspraak wordt gedaan en zullen we moeten afwachten.

Er zal van de zijde van de Raad van State verder geen correspondentie meer volgen over de termijn waarbinnen uitspraak zal worden gedaan. Op de website van de Raad van State http://www.raadvanstate.nl/  doorklikken op: "ACTUEEL" > "uitspraken" > "hoofdzaken" zal worden aangekondigd wanneer de uitspraak wordt gedaan. Op iedere maandag vanaf 14.00 uur kondigt de Raad van State op die website aan in welke hoofdzaken de Afdeling bestuursrechtspraak die week op woensdag uitspraak zal doen. Vanzelfsprekend houden wij een vinger aan de pols.

Ik vertrouw erop u hiemee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Wessel Geursen
Advocaat

De Brauw Blackstone Westbroek