![]()
Nieuwsbrief 17
Aan: de Leden van de commissie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de
Tweede Kamer van de Staten Generaal
cie.vws@tweedekamer.nl
Van: De Internationale Club van Nederlandse Gepensioneerden (ICNG)*
17 mei 2007
Geachte Tweede Kamerleden,
Daar u in week 21 weer gaat overleggen over de Zorgverzekeringswet (ZVW) nu in het kader van Wetsontwerp 30 918 (Wijziging Zorgverzekeringswet; verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering), neem ik de vrijheid een aantal problemen rond deze wet die nog steeds niet zijn opgelost onder uw aandacht te brengen.
In de loop van de tijd heeft u van velen van ons, die gepensioneerd zijn en in het buitenland wonen, berichten ontvangen, waaruit blijkt dat we zeer ongelukkig zijn met de uitwerking van deze wet voor deze Nederlandse staatsburgers.
Vooraf
Het begon er mee dat de kamer zich verkeerd heeft laten voorlichten door de toenmalige minister en dat de kamer daar niet adequaat op heeft willen reageren:
Gedurende de aanloop naar 1 januari 2006, heeft de toenmalige minister meerdere keren beweerd, dat de ‘dwingende’ uitleg van EU verordening 1408/71 hem wordt opgelegd door de EU. Dat bleek echter tijdens een overleg op 16 januari 2006 niet het geval te zijn. Dat betekent, dat er wel een mogelijkheid was om een redelijke regeling voor de gepensioneerden in het buitenland te treffen. Men deed dat echter niet en koos ervoor duizenden Nederlanders in het buitenland uit hun particuliere verzekering te doen zetten en afhankelijk te maken van het ziekenfonds ter plaatse. Hen werd geen keuze geboden, de Nederlanders binnen Nederland hadden die wel.
De wet resulteert dus in een ongelijke behandeling. Daarbij komt nog dat in vele landen het ziekenfonds niet te vergelijken is met dat in Nederland en men zich dus particulier moet bijverzekeren. U begrijpt dat dat voor velen onder ons onmogelijk werd:
Het zal u bekend zijn dat personen boven de 65 jaar nergens meer een particuliere aanvullende of volledige verzekering tegen betaalbare prijs kunnen afsluiten.
Solidariteit
Een argument dat door de minister gebruikt wordt om de bijdragen die hij eist van de buitenNederlanders te rechtvaardigen, is dat van de solidariteit, de kosten voor de Zorgverzekering moeten immers opgebracht worden. Een solidariteit die hij vraagt van ons, terwijl hij ons die solidariteit ontneemt. We blijven gedwongen via bijdragen mee te betalen aan de AWBZ, hoewel die voorzieningen in ons woonland niet bestaan. Navrant is hier, dat vergeten wordt, dat we wel een heel werkzame leven aan de AWBZ hebben bijgedragen. We kostten altijd minder dan we bijdroegen en nu we daarvan zouden kunnen gaan profiteren worden we uit de verzekering gezet.
AWBZ
Op 31 maart 2006 deed de rechter uitspraak in een kort geding.
De kortgedingrechter kan wetgeving slechts buiten werking stellen wanneer deze onmiskenbaar onverbindend is. Ondanks deze beperking heeft de President de Staat verboden de AWBZ-component in de totale verplichte bijdrage – die ongeveer de helft van de totale bijdrage beloopt en kan oplopen tot 2700 EUR per jaar – in rekening te brengen voor zover deze de afdracht van Nederland aan het betrokken woonland terzake van AWBZ-achtige verstrekkingen te boven gaat. De President achtte de Nederlandse regelgeving in dit opzicht onmiskenbaar onverbindend, mede in het licht van het door het EG-Verdrag gewaarborgde vrij verkeer van personen. Aangezien in de meeste landen AWBZ-achtige verstrekkingen niet of nauwelijks bestaan, betekent dit dat Nederland in de meeste gevallen geen of slechts een zeer beperkt deel van de AWBZ-component in rekening zal kunnen brengen. Het zal aan de Staat zijn om aan te tonen in hoeverre een bijdrage wél gerechtvaardigd is.
Uitvoering vonnis
De Staat heeft gemeend naar aanleiding van het vonnis van de Haagse voorzieningenrechter een structurele oplossing te moeten treffen. Daarbij heeft de Staat gemeend de hoogte van de wettelijke bijdrage per woonland te moeten differentiëren – iets wat de Minister vóór de rechterlijke uitspraak systematisch en categorisch had geweigerd. Een vergelijking op basis van de gemiddelde kosten van verstrekkingen die binnen het bereik van Verordening 1408/71 vallen is daarentegen een praktisch uitvoerbare aanpak die tevens recht kan doen aan de vereisten van objectiviteit, transparantie en verifieerbaarheid.
Welke populatie?
De achterliggende regeling van Verordening 1408/71 heeft specifiek en uitsluitend betrekking op migrerende gepensioneerden. De onderlinge afrekening tussen de lidstaten vindt – dan ook – plaats op basis van de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan die gepensioneerden – dat wil zeggen: de betrokken populatie zoals deze in detail is gedefinieerd in de Verordening. De gemiddelde kosten van verstrekkingen aan gepensioneerden spelen derhalve een sleutelrol binnen het betrokken regime van de Verordening.
Wie vervolgens zou menen dat dan ook de Staat die gemiddelde kosten tot uitgangspunt zou nemen bij het bepalen van de hoogte van de wettelijke bijdrage, komt (opnieuw) bedrogen uit. In de Ministeriële regeling wordt aangeknoopt bij de gemiddelde kosten per ingezetene ongeacht leeftijd.
Door de woonlandfactor te berekenen op basis van de gemiddelde kosten van verstrekkingen aan de totale bevolking, worden de negatieve effecten van de AWBZ-factor derhalve alsnog gecontinueerd. Rechthebbenden op een Nederlands pensioen betalen onverminderd een wettelijke bijdrage aan Nederland die in geen verhouding staat tot het verstrekkingenpakket waarop zijn in hun woonland als gepensioneerden feitelijk aanspraak kunnen maken.
Op deze manier haalt de minister terug wat ons door de rechter is toegewezen en zien we ons gedwongen daarover weer een uitspraak te vragen.
Het E-121 formulier
Nog een onwaarheid die de minister bezigde was, dat een aanmelding bij het ziekenfonds van het woonland met een E-121 verplicht is. Ook deze bewering is gesneuveld.
De minister poneerde de stelling dat, als we ons niet aanmelden met een E-121, de Nederlanders in Nederland voor ons, Nederlandse EU migranten, zouden moeten gaan betalen. Onder bedreiging van het CVZ met een boete van 130% hebben toen veel gemigreerde Nederlanders het formulier E 121 ingeleverd.
Als er echter geen E-121 in het woonland wordt afgegeven, komt er ook geen kostenverrekening voor ziekenzorg tussen het thuisland en het woonland voor de bewuste persoon op gang.
De Landsadvocaat moest dit toegeven op de rechtszitting van 19 december 2006 op de vraag hierover van de rechters. Wel kan de migrant door het CVZ als verdragsgerechtigde bestempeld worden, waarmee de Zvw-bijdrage van zijn AOW of pensioen wordt ingehouden, zonder dat het woonland-ziekenfonds daar een zorguitkering tegenover stelt.
Bijdrageplicht?
De thans gehanteerde bijdrageverplichting voor de ZVW leidt tot dubbele betaling.
In veel landen wordt de wettelijke gezondheidszorg door de bevolking gedragen, onder meer via de inkomstenbelasting. Het woonland blijft dan volgens de eigen wetgeving bijdragen opeisen van de EU migrant voor de gezondheidszorg.
We wijzen U erop dat het doorgaan met het heffen van de bijdrage in strijd is met het algemene EU beginsel:
Er mag voor dezelfde dienst aan dezelfde persoon voor de sociale gezondheidszorg, niet dubbel geheven worden ( VO 1408/71 en VO 574/72 ).
Art 33 van 1408/71 bepaalt namelijk dat er geen bijdrage geheven mag worden als er geen dienst tegenover staat, dat gebeurt echter wel als men een bijdrage vraagt aan personen, die wonen in een land waar de kosten voor de zorg via de belastingen worden geheven
Hogere kosten
Door de ZVW is chaos ontstaan voor Nederlandse EU migranten.
De bijdrage die de Nederlandse EU migrant nu voor de meestal ontoereikende wettelijke gezondheidszorg in zijn woonland moet afdragen, heeft als bizar gevolg dat deze veel hoger is, dan de premie die hij voorheen voor zijn zelfgekozen en uitstekend dekkende particuliere verzekering kwijt was.
De heffing van de bijdragen
Bedrijfspensioenfondsen zijn nadrukkelijk geen wettelijke pensioenfondsen en het inhouden door bedrijfspensioenfondsen voor wettelijke sociale voorzieningen, anders dan bij de Nederlanders die in Nederland wonen, is bij de Nederlandse EU migranten uitgesproken illegaal, omdat bedrijfspensioenfondsen niet onder de EU regels VO 1408/71 en VO 574/74 vallen.
Uitspraak Raad van State
Toen na lang denken de Raad van State op 25 april 2007 uitspraak deed over de bezwaarschriften die bij het CVZ waren ingediend tegen de inhoudingen, bleek dat de Raad van State in alle zaken had geoordeeld dat het CVZ de ingediende bezwaren niet-ontvankelijk had moeten verklaren, met als redengeving dat de brieven waartegen de bezwaren zich richtten niet als voor beroep vatbare besluiten kunnen worden aangemerkt. Naar het oordeel van de Raad van State hebben de brieven geen rechtsgevolgen, maar bevestigen zij slechts wat de positie van de betrokkene is onder de toepasselijke wetgeving.
Dat betekent dus ook dat alle inhoudingen die tot op dat moment waren geschied op een twijfelachtige basis waren gegrond
Maar het CVZ gaat gewoon door met het inhouden van bijdragen!
Conclusie.
Kamerleden, we verwachten veel van U !
Laat de minister proberen tot een redelijke oplossing te komen, waarbij hij de Europese regelgeving gebruikt zoals zij bedoeld is en buitenNederlanders op leeftijd niet overleveren aan de vrije markt daar waar zij personen binnen Nederland die bescherming wel geeft.
Stop met het heffen van bijdragen, als daar niets tegenover staat.
Stop met het heffen van bijdragen, als die gebaseerd zijn op brieven die “niet als voor beroep vatbare besluiten kunnen worden aangemerkt”.
Het alternatief is dat de BuitenNederlanders door moeten gaan met hun processen tegen de Staat, een ongelijke strijd.
We hopen dat U voor een oplossing zorgt, voordat de tijd dat doet.
Jan Vreeswijk, coördinator van de ICNG
* De ICNG is vertegenwoordigd in het bestuur van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland, de stichting die bovengenoemde rechtszaken mogelijk maakte.