logo
Nieuwsbrief 20

 

Brieven aan de minister van VWS en kamerleden.    

 

 

Circa 2 maanden geleden is er een brief met bijlagen door het Stichtingsbestuur aan de minister van VWS gestuurd. Aanleiding was het door de minister aan de Tweede Kamer toegezegde "masterplan" waarin oplossingen zullen worden aangedragen voor knelpunten veroorzaakt door de zorgverzekeringswet en waarin voor zover ons bekend geen aandacht geschonken gaat worden aan dit soort knelpunten voor Nederlanders woonachtig in het buitenland. De minister heeft tot op heden niet op de brief gereageerd. Pogingen om tot een inhoudelijk gesprek te komen hebben geen resultaat gehad.

Daarom is nu besloten de openbaarheid te zoeken. De hieronder weergegeven brief is inmiddels aan de woordvoerders VWS van CDA, PvdA, VVD, GL en SP gestuurd. 

 

 

STICHTING BELANGENBEHARTIGING NEDERLANDSE GEPENSIONEERDEN IN HET BUITENLAND (SBNGB)

Secretariaat: Apartado 59,

Carrer dels Arbocers 65,

03740 Gata de Gorgos (Alicante), Spanje.

Telefoon 0034 966074023

Email MrJHueber@cs.com

 

 

 

 

                                                           Aan Minister Dr. A. Klink

                                                           Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

                                                           Postbus 20350

                                                           2500 EJ Den Haag

                                                           Nederland

 

 

 

                                                           Altea,  7 september 2007.

 

 

Geachte Minister,

 

Met de motie Omtzigt/Heerts heeft de Tweede Kamer u gevraagd met een Masterplan te komen om de knelpunten van de Zorgverzekeringswet in kaart te brengen en met oplossingen te komen. In deze motie wordt verwezen naar een aantal groepen. Helaas ontbreekt naar onze mening een grote groep gedupeerden en wel de gepensioneerde Nederlanders in het buitenland.

 

Als Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland (SBNGB) maken wij ons sterk voor de belangen van die groep. In bijlage 1. geven wij weer wie en wat we zijn.

 

De belangrijkste doelstellingen van de ZVW zijn het bevorderen van de vrije keuze en het versterken van de onderlinge solidariteit door invoering van het vereveningsfonds. De kosten moesten worden beperkt door invoering van de marktwerking.

 

In uw brief aan de Tweede Kamer van 14 mei 2007 nr. IZ 2768588 “Grensoverschrijdende gezondheidszorg”  onderschrijft u die doelstellingen en geeft u aan dat die binnen heel Europa zouden moeten gelden. Wij citeren:

 

“Het belang en de keuzevrijheid van patiënten staan centraal. Maar niet onvoorwaardelijk. Uitzonderingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld indien blijkt dat het toestaan van grensoverschrijdende zorg een risico oplevert voor de financiële houdbaarheid van het systeem als geheel. Solidariteit is en blijft een kernbegrip bij het vormgeven van gezondheidszorgbeleid, ook in Europese context. Dat is de uitdaging waarvoor we in Europa staan en waarvoor het gezondheidsdiensteninitiatief van de Europese Commissie bedoeld is.”

 

De gevolgen van de invoering van de ZVW voor de gepensioneerde Nederlanders in het buitenland zijn hiermede in flagrante tegenspraak.

In het kort komt het hierop neer dat hen de keuzevrijheid is ontnomen, de door hen in de werkzame jaren opgebouwde solidariteitsrechten verdwenen zijn en dat het de Nederlandse Staat bovendien nog eens veel extra geld kost. Precies het tegenovergestelde van wat u in het bovenvermelde citaat tot uitdrukking bracht. Wij zullen dat verderop nader toelichten.

 

 Ook willen wij u er op wijzen dat dit een uitsluitend Nederlandse keuze is geweest, conform het ook door u onderschreven subsidiariteitprincipe. Er is geen enkele Europese verordening die Nederland heeft gedwongen die keuzes te maken.

 

Negatieve gevolgen invoering ZVW

 

De groep gepensioneerde Nederlanders in Europa bedraagt ca. 100.000 mensen.

 

Van deze groep van 100.000  mensen zijn ca 60.000 mensen voormalig  ziekenfonds- verzekerden. Tot 1 januari 2006 hadden zij naast de verplichte woonlandverzekering ook een volledige Nederlandse ziekenfondsverzekering, inclusief recht op AWBZ –voorzieningen, tegen uitsluitend betaling van de Nederlandse ziekenfondspremie. Zij konden in Nederland gebruik maken van alle medische voorzieningen, gepland en ongepland. Ook konden zij gebruik maken, ten laste van Nederland, van de in de zuidelijke landen ruim aanwezige Nederlandse thuiszorg en verpleeghuizen.

 

De ernstige negatieve gevolgen voor deze groep zijn ondermeer:

 

  1. Het recht op voorzieningen in Nederland alsmede het recht op AWBZ-voorzieningen is hen per 1 januari 2006 volledig ontnomen. Slechts de woonlandvoorzieningen zijn voor hen in tact gebleven. Gezien hun leeftijd en de meestal beperkte financiële middelen zijn zij niet meer in staat de hen ontnomen voorzieningen, zo dit al mogelijk zou zijn, via particuliere verzekeringen te vervangen.
  2. Zij dienen nu een bijdrage aan het CVZ te betalen die, in de meeste gevallen, zeker niet lager is dan de eerder verschuldigde ziekenfondspremie. In veel landen wordt bij gebruik van de voorzieningen een eigen bijdrage geëist, die aanzienlijk kan zijn. Niet alleen is deze kwetsbare groep mensen een groot deel van de bestaande, voor hen zeer belangrijke, voorzieningen ontnomen, bovendien dienen zij daar ook nog eens aanmerkelijk meer voor te betalen.

 

De andere groep van ca. 40.000 mensen betreft mensen die een particuliere verzekering hadden (hebben) in Nederland of daarbuiten.

 

Voor hen zijn de negatieve gevolgen:

 

  1. De vrije keus, de hoeksteen van de Zorgverzekeringswet, is hen ontnomen. Zij dienen zich nu te melden bij een aangewezen arts in hun woonland. Per land zijn de gevolgen verschillend. In Spanje bijvoorbeeld betekent dat voor heel veel ouderen die de Spaanse taal niet machtig zijn, een inbreuk op hun privacy. De Spaanse arts eist in veel gevallen dat een tolk wordt meegenomen. Die Spaanse arts heeft geen beeld van hun ziekteverleden, daar deze mensen gebruik maakten van hun Nederlandse huisarts en Nederlandstalige specialisten in vele disciplines, die hun gegevens in het Nederlands bijhielden. Die Spaanse arts heeft daar ook geen tijd voor, getuige de kop van een artikel in de krant “Información” van 24 augustus 2006 in haar katern Alicante, “Sanidad necesita 1167 médicos más para dedicar 10 minutos a cada paciente”, ofwel “De gezondheidsdienst heeft 1167 artsen meer nodig om aan iedere patiënt 10 minuten te kunnen besteden”.  Ook de Raad van State benadrukt in haar advies van 26/8/2004 het belang van de relatie tussen arts en patiënt.  “In de gezondheidszorg gaat het uiteindelijk om de relatie arts-patiënt. Essentieel in die relatie zijn de medische professionaliteit (de juiste behandeling op het juiste moment voor de individuele patiënt) en het onderling vertrouwen (tussen die individuele patiënt en de arts)”.

 

  1. De particuliere verzekeringen werden door de Nederlandse verzekeraars, gesteund door artikel 2.5.2.2 van de I&A wet Zorgverzekeringswet, en masse opgezegd, en/of zoveel duurder gemaakt dat de mensen het niet meer konden betalen. De wel aangeboden aanvullende verzekeringen zijn in veel gevallen een lege huls. De opgenomen bepalingen zijn zodanig dat de gemaakte kosten meestal niet voor vergoeding in aanmerking komen, terwijl men wel een forse premie moet betalen. Dat betekent niet alleen dat men geen Nederlandse arts meer heeft en geen gebruik kan maken van de ziekenhuizen voor particulier verzekerden, maar ook dat men wordt beperkt in zijn vrijheid van bewegen.  Toegang tot geplande zorg in Nederland is nauwelijks of niet meer mogelijk, omdat de daarvoor vereiste toestemming van het woonland vrijwel nooit wordt gegeven. Binnen de EU kan men weliswaar reizen met de Europese kaart, maar buiten Europa kan men geen kant op. De leeftijd van deze groep mensen varieert van 65 tot soms diep in de negentig. Er is vrijwel geen verzekeringsmaatschappij te vinden die mensen van die leeftijd nog accepteert tegen redelijke voorwaarden, zeker niet als ze ook nog een behoorlijk ziekteverleden hebben.

 

 

Voor beide groepen geldt dat: 

 

  1. In veel gevallen dubbel moet worden betaald. In vrijwel alle EU landen wordt de zorg geheel of gedeeltelijk betaald uit de algemene middelen. Middels de belastingen betaalt de gepensioneerde daaraan mee. Bovendien wordt hij geacht zijn bijdrage aan het CVZ te betalen. Voorbeelden hiervan zijn o.m. Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Het is wrang dat met een beroep op EU verordening 1408/71 dubbel moet worden betaald, terwijl de verordening juist is bedoeld om dubbele betaling te voorkomen.  Sommigen betalen driedubbel. Vanwege de slechte staat van de zorg in de zuidelijke landen hebben veel mensen, indien zij dat kunnen,  ook een particuliere verzekering, die dus bovenop de eerder genoemde betalingen komt.
  2. De toepassing van de woonlandfactoren ook hier maar zeer beperkt tegemoet komt aan de hogere kosten die moeten worden gemaakt. Bovendien doet de huidige toepassing van de woonlandfactoren geen recht aan de samenstelling van deze groep, noch aan de uitspraak van de voorzieningenrechter in het kort geding. Zie de notitie “Solidariteit en woonlandfactoren”. (Bijlage 2)
  3. De inhouding van de CVZ bijdrage een chaos is. Inhoudingen vinden plaats door vele instanties, grote en kleine pensioenfondsen. Er zijn legio voorbeelden van verkeerd toegepaste inhoudingen. Zelfs de verschillende UWV kantoren zijn niet op de hoogte van de regels en passen de inhoudingen per kantoor anders (verkeerd) toe. Bovendien druist dit ook in tegen de EU verordeningen. Inhoudingen zijn slechts toegestaan op wettelijke pensioenen en niet op bedrijfspensioenen en andere niet wettelijke pensioenen. Dit is recentelijk nog eens bevestigd in de jurisprudentie. (o.a. Nikula arrest).

 

 Voor wat betreft de kosten voor Nederland verwijzen wij graag naar de notitie over “Proportionaliteit” die wij op 2 juli 2007 verzonden aan de vaste commissie VWS van de Tweede Kamer. (Bijlage 3)

 

Voor wat betreft de financiering willen wij nog graag het volgende opmerken:

 

Vóór de invoering van de ZVW kwamen de kosten van de particulier verzekerden niet ten laste van de Nederlandse schatkist, met uitzondering van een zeer gering aantal WTZ verzekerden (ca 600)  en vrijwillig AWBZ verzekerden (ca 2000). Tegen betaling van de premie kwamen die kosten ten laste van de verzekeringsmaatschappijen. Ook in dat systeem zat de solidariteit ingebouwd. Door de massale opzegging en de premieverhogingen door de verzekeringsmaatschappijen werd de solidariteit doorbroken en konden de maatschappijen vele miljoenen aan opgebouwde solidariteitsrechten laten vrijvallen, dank zij artikel 2.5.2.2. van de I&A wet ZVW. Slechts de verzekeringsmaatschappijen waren daarmee gediend. Niet de Nederlandse Staat en al helemaal niet de verzekerden. Kennelijk was een koehandel nodig om de verzekeringsmaatschappijen over de streep te trekken bij de invoering van de ZVW.

Bij de invoering van de ZVW werden deze ex particulier verzekerden geacht dezelfde inkomensafhankelijke bijdragen (geen premies) te betalen als iemand met een zelfde inkomen in Nederland. De Nederlandse Staat dacht hiermede een fors aantal miljoenen binnen te halen. Zie bijlage 4 waarin voorbeelden zijn opgenomen van deze voorziene winsten.

Na de uitspraak van de rechter in kort geding en de invoering van de woonlandfactoren is deze voorziene winst echter omgeslagen in een fors verlies. Zie de notitie over Proportionaliteit (Bijlage 3)

 

In de bijlagen 5 en 6 hebben wij als voorbeeld een paar van de berichten weergegeven die ons zijn toegezonden en die de gevolgen op het persoonlijke vlak illustreren. In bijlage 7 vindt u een kopie van de correspondentie van onze penningmeester met de heer van Duin, lid Raad van Bestuur Achmea. Een bericht waarop overigens nooit enig antwoord is ontvangen. In bijlage 8 ten slotte een ontboezeming van de heer Hillen over de perikelen bij de invoering van de ZVW en de aandacht die toen is geschonken aan de gevolgen voor de particulier verzekerden.

 

Voorstel door Nederland te maken aanpassingen

 

  1. Herstel de vrije keuze. Artikel 69 dient uit de ZVW te worden verwijderd. De rechten voor een geëmigreerde Nederlander binnen Europa vloeien rechtstreeks voort uit de EU verordeningen, zoals ook de Raad van State heeft gesteld in haar uitspraak op 25 april 2007.
  2. Bij keuze van de geëmigreerde gepensioneerde Nederlander voor het woonlandpakket ten laste van Nederland, dient de doorbroken solidariteit te worden hersteld door aanpassing van de te betalen bijdrage in lijn met de solidariteit zoals die voor in Nederland wonende gepensioneerden wordt toegepast.
  3. Herstel de doorbroken solidariteit door o.m. het verwijderen van artikel 2.5.2.2 uit de I&A wet ZVW en herstel of compenseer de verloren gegane verzekeringsrechten. Dit zou kunnen door bijvoorbeeld de geëmigreerde gepensioneerde Nederlander op vrijwillige basis toegang te verlenen tot de Nederlandse verzekeringsmaatschappijen tegen dezelfde premiebetaling als de inwoners van Nederland.

 

 

Met deze aanpassingen wordt bereikt dat de eerder gesignaleerde negatieve gevolgen voor de geëmigreerde gepensioneerde Nederlander worden hersteld, terwijl tegelijkertijd de Nederlandse schatkist er beter op wordt.

 

Gaarne zijn wij bereid in een mondeling overleg deze notitie toe te lichten.

 

 

Hoogachtend,

namens het bestuur van de SBNGB

 

 

 

 

C.H. van der Wiel, voorzitter

 

 

In de bijlagen bij de brief wordt  gedetailleerde cijfermatige informatie verstrekt. Hieronder vindt U deze informatie in globale cijfers weergegeven. Het geeft U inzicht in de gevolgen van het besluit om de ZVW alleen toegankelijk te maken voor inwoners van Nederland en om het onderscheid tussen particulier verzekerden en ziekenfondsverzekerden op te heffen.

Om dit te kunnen realiseren moest, mogelijk in overleg met de zorgverzekeraars, artikel 2.5.2.2 in de I&A wet ZVW worden opgenomen. Dit gaf de verzekeringsmaatschappijen de mogelijkheid de lopende verzekeringen op te zeggen. Dit leverde hun een douceurtje op van jaarlijks minimaal € 86 miljoen.  (cijfers jaar 2003 gebaseerd op publicaties ministerie).  Dit is tevens het verlies aan opgebouwde solidariteitsrechten van de betreffende particulier verzekerden.

Om de bijdragen aan de diverse landen te kunnen betalen werd de constructie met artikel 69 van der ZVW bedacht. Geschatte opbrengst van particulieren ca € 4250 per persoon, ofwel € 170 miljoen per jaar. Geschatte opbrengst van ziekenfondsverzekerden ca €  2300 per persoon, ofwel ca € 138 miljoen per jaar. In totaal ca € 308 miljoen per jaar.

Door de via de rechter afgedwongen aanpassing werden de woonlandfactoren geïntroduceerd. De gemiddelde woonlandfactor bedraagt ca 0,5000. Dit betekende dat de geschatte opbrengst aan bijdragen met de helft verminderde tot ca € 154 miljoen. 

Het gemiddeld verlies op te betalen bijdragen kan worden becijferd op ca. € 1650 per persoon per jaar. Dit betekent een verlies van ca. € 165 miljoen op jaarbasis.

Mogelijke besparingen konden worden verwacht uit het afschaffen van de AWBZ rechten voor de ziekenfondsverzekerden. Gezien de zeer beperkte mogelijkheden om hiervan in de andere Europese landen gebruik te maken, is deze besparing slechts een wassen neus. Slechts een beperkt aantal mensen kan daar een beroep op doen.

Per saldo zijn alleen de verzekeringsmaatschappijen er beter op geworden. Verder zijn er alleen maar verliezers.

Er is een dringend beroep op de minsiter gedaan om deze onrechtvaardige en onrechtmatige toestand te herstellen en de Nederlandse gepensioneerden in  het buitenland hun rechten terug te geven, desnoods via overgangsmaatregelen.

 

De brief met de relevante bijlagen vindt U op onze website: http://www.inclnegep.nl/

Bijlagen met een persoonlijk karakter zijn van publicatie uitgezonderd.