Zitting van 15 januari 2009 Centrale Raad van Beroep.
Samenvatting Pleitnota
De pleitnota van onze advocaat concentreert zich rond 3
geschilpunten :
A)
Het inschrijven bij de ziekenkas
van de woonplaats ;
B)
Het heffen van de bijdrage door het
CVZ ;
C)
De berekening van de
woonlandfactor.
Ad A) Het
inschrijven bij de ziekenkas van de
woonplaats.
Het CVZ stelt zich op het standpunt dat alle fiscaal
in het buitenland wonende Nederlanders, die een AOW-uitkering, een nederlands
pensioen of andere nederlandse inkomsten ontvangen, automatisch (afgezien van
enkele uitzonderingen) in
Onze advocaat daarentegen is van mening : géén
inschrijving bij het ziekenfonds van de woonplaats, dan ook géén recht op zorg
in het woonland, dus ook géén recht van
Hij toont aan dat de
niet bij het ziekenfonds van het woonland ingeschreven Nederlander ook géén recht op zorg heeft in dat woonland,
terwijl het woonland ook pas na die
inschrijving bij Nederland een forfaitair bedrag voor de verzekerde in rekening
kan brengen. Inschrijving is dus noodzakelijk, er bestaat géén recht op
verstrekkingen voordat is ingeschreven, ook niet met terugwerkende
kracht.
Dus : géén inschrijving : géén recht op zorg, en dus géén heffing van
een bijdrage.
Bovendien staat in het van toepassing zijnde wetsartikel (33Vo),
dat een bijdrage door het CVZ slechts geheven mag worden, voorzover(dit woord is essentieel in het
wetsartikel) er door het woonland aan
Onze advocaat vindt dat er daarom door het Europese Hof van Justitie een
oordeel gegeven zou moeten worden
over de uitleg van artikel 33 Vo.1408/71, en formuleert twee prejudiciele
vragen, die hiertoe aan dit Hof zouden moeten worden
voorgelegd.
Ad B) Het heffen van de bijdrage door
CVZ.
Onze advocaat stelt dat de Zvw-bijdrage eigenlijk onder het hoofdje
‘’belasting’’ valt : Volgens het Europese recht wordt namelijk een heffing
niet als belasting beschouwd als er
een direct verband bestaat tussen de heffing en de voordelen, die de persoon, waarvan
geheven wordt, ervan heeft. Daar er niet een automatisch vaststaande verzekering staat tegenover de
zvw-bijdrage: de bijdrageplichtige heeft juist géén recht meer op zorg in
Nederland heeft bilaterale belastingverdragen met België, Spanje,
Frankrijk, Italië en Ierland .Volgens deze verdragen zouden AOW-inkomsten
belast moeten worden in het woonland, alleen ambtenarenpensioenen zijn, conform
deze verdragen, hiervan
uitgezonderd.
Dus
Ad C) De berekening
van de woonlandfactor.
Onze advocaat stelt dat de berekening van de woonlandfactor in
strijd is met het gelijkheidsbeginsel ; bovendien is
deze berekening een daad van bestuurlijke
willekeur.
Strijd met het gelijkheidsbeginsel,
want:
De kosten die door het woonland voor de zorg aan gepensioneerden in
rekening worden gebracht aan
Bovendien worden met name de gepensioneerden benadeeld door bij de
vaststelling van de woonlandfactor de kosten voor zorg voor de gehele
bevolking van het woonland met die van Nederland te vergelijken; dit geeft
een totaal vertekend beeld, daar juist de kosten voor
gepensioneerden in Nederland sterk stijgen; in het woonland is dit niet zo
omdat er nauwelijks AWBZ bestaat. Vaststelling van de woonlandfactor is alleen
‘’eerlijk’’ als dit zou geschieden op basis van een vergelijking van de kosten
van zorg voor gepensioneerden in het woonland en die voor gepensioneerden in
Een daad van bestuurlijke willekeur,
want:
De overheid heeft aangevoerd dat het te lastig(!) was om de woonlandfactor op de door
onze advocaat voorgestane wijze te berekenen. Falen en onmacht van de
administratie om iets te berekenen mag natuurlijk geen rechtvaardiging zijn om
e.e.a. dan maar op een gemakkelijk te berekenen onjuiste wijze vast te
stellen.
Tenslotte is onze advocaat van mening dat de Rechtbank van
Amsterdam de vaststelling van de woonlandfactor had moeten toetsen aan deze twee
beginselen. Door vaststelling van de woonlandfactor is er iets minder sprake van
ongelijkheid en willekeur dan er heel in het begin bij de invoering van de Zvw
was, maar hij is er nog zeker wél. Ter ondersteuning worden een tweetal arresten
aangevoerd.
Conclusie van onze
advocaat:
De bestreden uitspraken zouden moeten worden vernietigd, en
verzocht wordt om – eventueel -prejudiciële vragen m.b.t. de uitleg van artikel
33 Vo.1408/71 aan het Europese Hof van Justitie voor te
leggen.