| Terug naar overzicht Actueel | |
9 maart 2007 Het beroepschrift van Erik Sant (vervolg) Aangetekend met bevestiging van ontvangst aan: Betreft: uw brief van 20 februari 2007 en aanvulling op beroepschrift met uw zaak nummer: Y D. 7 maart 2007 Hooggeachte Dames en Heren, Zeer tot mijn spijt zal ik van uw uitnodiging om op 27 maart 2007 bij de alsdan te houden zitting aanwezig te zijn geen gebruik kunnen maken. In plaats daarvan moge ik als aanvulling op mijn beroepschrift u nog het volgende schriftelijk berichten. Door mijn bezwaren te uiten tegen het bijdragen aan de AWBZ kosten, kan ik de indruk hebben gewekt dat ik daar onder alle omstandigheden op tegen zou zijn. Teneinde deze mogelijke indruk te vermijden is het mijns inziens van belang dat u van onze ervaringen, die aan het beroepschrift voorafgingen, kennis neemt. Enkele jaren voordat wij informatie ontvingen over de nieuwe Zorgverzekeringswet, vernamen mijn echtgenote en ik dat aan de grondbeginselen van het Verenigd Europa ( vrij verkeer van mensen, goederen, kapitaal en diensten) door Nederland meer inhoud zou worden gegeven door bij vertrek naar o.a. Frankrijk de mogelijkheid te bieden een Vrijwillige AWBZ verzekering af te sluiten en door de Nederlandse zorgverzekeraars toe te staan de dienstverlening in de vorm van een Standaard Pakketverzekering voort te zetten. Op grond van deze informatie hebben wij ons appartement in Nederland verkocht, met de SVB een vrijwillige AWBZ verzekeringsovereenkomst gesloten en, onder voortzetting van onze Standaard Pakketverzekering, per 1 januari 2003 Frankrijk als woonland gekozen en ons daar volledig gevestigd. In 2005 ontvingen wij tot onze verbijstering berichten waaruit ons bleek dat de nieuwe vrijwillige AWBZ verzekering en de daarbij behorende rechten eenzijdig zouden worden beëindigd en dat wij niettemin verplicht zouden worden om een bijdrage aan de AWBZ verzekering te blijven leveren. Bovendien zou ook het door ons gebruik blijven maken van de diensten van onze Nederlandse ziektekosten verzekeraar (bijv.in de vorm van een basisverzekering) m.i.v. 1 januari 2006 strijdig zijn met de Europese regelgeving en ons niet meer zijn toegestaan. Naast het teniet doen van de bij ons gewekte verwachtingen, zouden wij,omdat wij recht hebben op een pensioen uit Nederland (waarvoor wij jarenlang premie hebben betaald) ook nog onder het bewind van het CVZ worden gesteld, dat voor ons voortaan de zorgverzekeringsvoorwaarden zou gaan bepalen . Tegen de (in maart 2006 ontvangen)afwijzing van onze (op 27 december 2005 ingediende) bezwaren inzake de eenzijdige beëindiging van de vrijwillige AWBZ verzekering hebben wij op 12 april 2006 beroep ingesteld bij de Rechtbank te Amsterdam, Sector Bestuursrecht (vide de ANNEX waarvan ik de bijlagen A en B heb weggelaten) Inzake dit beroepschrift is, voor zover ons bekend, nog geen uitspraak gedaan Wij weten dus niet of wij een vrijwillige AWBZ verzekering met de daarbij behorende rechten op vergoeding van bijzondere ziektekosten, zullen kunnen hervatten. Zoals de zaken er nu voor staan, hebben wij dan ook groot belang bij uw uitspraak en uw zienswijze met betrekking tot de vraag of de nieuwe Zorgverzekeringswet niet verkeerd wordt toegepast? Uw bericht met grote belangstelling tegemoet ziende en met gevoelens van hoogachting, mede namens mijn echtgenote vriendelijk groetend,Bijlagen: |
|